Column Lars Moratis - Duurzaamheid als smeermiddel
Column, Magazine

Duurzaamheid als smeermiddel

Door | 12 mei 2017

De gesprekken over het vormen van een nieuw kabinet zijn bij het schrijven nog in volle gang. Hoewel het goed gebruik is niets of nauwelijks iets over de inhoud van deze gesprekken los te laten, kun je gevoeglijk aannemen dat het interessante gesprekken zijn. Voor ­ieder van de gesprekspartners staat er immers nogal wat op het spel: een geloofwaardige ­regeringsdeelname.

Maar hoe zit het met de duurzame inzet van de gesprekspartners?

 

Aan de uiterste zijden van het spectrum zullen de VVD en GroenLinks elkaar moeten vinden op ‘groen’, omdat het op ‘links’ (of ‘rechts’, for that matter) niet gaat gebeuren. Ondanks dat demissionair premier Rutte zich jaren geleden nog sterk maakte voor Groen Rechts, zal het al lastig genoeg worden voor deze partijen om elkaar op ‘groen’ te vinden. Dat steeds meer toonaangevende Nederlandse bedrijven het nieuw te vormen kabinet oproepen om haast te maken met klimaatbeleid en daar vooral ook duidelijkheid over te geven, helpt de tegenpolen elkaar te vinden. Aan GroenLinks zal het evident niet liggen. De uitdaging voor die partij zal er vooral in liggen om een aantal linkse dogma’s links te laten liggen en duurzame oplossingen meer in de sfeer van marktwerking en het ondersteunen van eigen initiatieven van bedrijven te vinden.

 

Bestuurderspartij CDA staat na jarenlang oppositie voeren voor de opgave om een aantal mooie regeringsposten binnen te slepen. Het ministerie van Duurzaamheid zal echter niet door een CDA’er bekleed gaan worden, als de voortekenen tijdens de campagne niet bedriegen. Veel meer dan het volgen van hetgeen op de klimaattop in Parijs is overeengekomen, lijkt er niet in te zitten als het aan het CDA ligt. Dat neemt niet weg dat Buma en consorten vanuit hun christelijke grondslag een verantwoordelijkheid kunnen – of zouden moeten – voelen zich als rentmeester van onze planeet op te stellen en zorg te willen dragen voor het welzijn van toekomstige generaties.

 

De sleutel voor een duurzaam kabinet lijkt vooral bij D66 te liggen. Zonder D66 zal het voor de VVD bijzonder moeilijk worden om een volgende regering onder leiding van Rutte te smeden – en daarmee hebben de democraten een cruciale rol bij de totstandkoming van een duurzaam regeerakkoord. Dat betekent dat het een kwestie van kleur bekennen is voor D66: in hoeverre vindt deze partij duurzaamheid écht belangrijk? Is de partij in staat haar rug recht te houden en af te dwingen dat het samen met GroenLinks duurzaamheid weet te verankeren tijdens de volgende kabinetsperiode? Tijdens de campagne werd duurzaamheid in ieder geval meermaals ten tonele gevoerd als integraal onderdeel van daadwerkelijk democratisch denken. En Jan Terlouw deed er indirect nog een schepje bovenop.

 

Hopelijk wordt nu voor eens en voor altijd een duidelijk signaal gegeven dat duurzaamheid niet links of rechts is. Dat duurzaamheid niet christelijk of seculier is. Dat duurzaamheid niet over nu of later gaat, maar over beide. Dat duurzaamheid om politiek én bedrijfsleven vraagt.
Duurzaamheid is het allemaal. Het kan het vrijwillige of het afgedwongen smeermiddel zijn tussen partijen die linksom of rechtsom toch flink van elkaar verschillen.

 

Voor beide teken ik.

 

Lars Moratis, hoofdredacteur TGTHR