Hoe AkzoNobel en SOS Kinderdorpen samen jeugdwerkloosheid bestrijden
    Interview

    Serie ‘Partnerschappen’ deel IX

    Hoe AkzoNobel en SOS Kinderdorpen samen jeugdwerkloosheid bestrijden

    Door | 25 april 2017

    AkzoNobel en SOS Kinderdorpen Internationaal strijden sinds 1 maart samen tegen jeugdwerkloosheid. Wat houdt deze samenwerking in? Wat staat er op stapel en waarom is dat een goed idee? Wat zijn de ambities en wat voorzien de partners als mogelijke bottlenecks? Een interview met twee enthousiaste hoofdpersonen.

     

    Margot Ende-van den Broek is algemeen directeur van SOS Kinderdorpen in Nederland. Ze vertelt: ‘Zeker voor onze doelgroep, kinderen zonder een veilig thuis, is het niet eenvoudig om werk te vinden. Deze kinderen hebben geen vader of moeder die ze elke ochtend naar het werk zien gaan. Zij missen dat voorbeeld. Simpelweg het contact met een volwassene die een baan heeft, is waardevol. Dankzij deze samenwerking komen de jongeren in aanraking met het leven en de levenslessen die je normaal gesproken van je ouders meekrijgt. Ze leren hoe je sollicitatiebrieven schrijft. Hoe het werkt in een bedrijf. Hoe belangrijk het is om een vak te leren.’

     

    Het tegengaan van jeugdwerkloosheid is een van de strategische doelen van SOS Kinderdorpen wereldwijd, naast de opvang van kinderen zonder ouderlijke zorg en het ondersteunen van kwetsbare families om te voorkomen dat kinderen er alleen voor komen te staan. Aan de totstandkoming van deze strategie werkten jongeren uit 26 landen mee. Ende – Van den Broek: ‘Bij de bestrijding van jeugdwerkloosheid ligt samenwerking met bedrijven voor de hand. Bedrijven hebben de banen. En bovendien: medewerkers van die bedrijven weten hoe je aan een baan komt, want zij hebben er ooit een bemachtigd. Die kunnen dus ‘onze’ jongeren wat leren.’

     

     

    Schilders worden gezien als de mannen-met-het-kwastje en niets meer dan dat

     

    Beroepstrots

    Dergelijke kennisdeling zit ook in de samenwerking tussen SOS Kinderdorpen en AkzoNobel. Maar het gaat verder dan dat. De multinational gaat SOS Kinderdorpen ondersteunen door onder andere professionele schilders-trainingen voor kwetsbare jongeren. Als onderdeel van hun opleiding renoveren de jonge schilders samen met medewerkers van AkzoNobel ‘hun’ SOS kinderdorp of eigen woonomgeving.

     

    David Menko, hoofd Marketing van Decorative Paints bij AkzoNobel: ‘Die schilderstrainingen geven we vanuit onze eigen professionele AkzoNobel academies. Zo’n opleiding helpt de jongeren om hun vak beter uit te voeren. Maar het gaat ook over trots. De leerlingen zeggen zelf: schilders worden gezien als de mannen-met-het-kwastje en niets meer dan dat. Maar als deze jongeren een vak leren, als ze het schildersvak ook echt als vak gaan zien, dan verhoogt dat hun eigenwaarde. Ze leren een business te runnen, facturen te sturen etc. Ze krijgen beroepstrots.’

     

     

    Voor een grotere impact moeten we samenwerken met anderen, met bedrijven en overheden

     

    Grote ambities

    Ende-van den Broek: ‘Wij kunnen dit niet alleen. Om te zorgen dat de jongeren in onze doelgroep een baan kunnen krijgen, hebben we echt bedrijven als AkzoNobel nodig. In dat opzicht is SOS Kinderdorpen de laatste jaren veranderd. Wij zien onze rol nu anders. Wij vragen bedrijven niet meer enkel en alleen om bij te dragen aan ons werk, maar we geven ons werk samen vorm. Dat moet ook wel. Met de programma’s van SOS Kinderdorpen bereiken we wereldwijd 400.000 kinderen, waarvan 80.000 in de kinderdorpen en 320.000 in familieversterkende programma’s. Die kinderen kennen we allemaal van naam. Voor ieder van hen hebben we een persoonlijk ontwikkelplan. We laten hen pas los als het echt kan. Maar er zijn zoveel meer kinderen en jongeren die een stabiele en veilige familiebasis missen. Wereldwijd zijn er 220 miljoen kinderen op de wereld die geen veilige thuisbasis hebben; dat is 1 op de 10 kinderen. Voor een grotere impact moeten we samenwerken met anderen, met bedrijven en overheden. En moeten we op andere manieren denken. Via samenwerking met bedrijven als AkzoNobel kunnen wij meer bereiken.’

     

    Let’s colour

    Ook AkzoNobel heeft goede redenen voor samenwerking met SOS Kinderdorpen en andere maatschappelijke partners. Menko: ‘Vanuit in partnerships altijd de balans tussen de community, de medewerkers en het merk. In die driehoek moet het passen.’ Concreet: samenwerking met maatschappelijke organisaties moet betrokken medewerkers opleveren, bijdragen aan een goed imago en de verfverkoop op de langere termijn laten stijgen. Menko: ‘Via ons Human Cities-Initiatief zetten wij ons in om steden en omgevingen levendiger te maken, te beschermen en kleur te geven. Onder die paraplu voeren we Let’s Colour projecten uit: projecten waarmee onze medewerkers met onze producten de wereld iets mooier proberen te maken. Vorig jaar heeft AkzoNobel 99 Let’s Colour-projecten uitgevoerd. Met die 99 projecten hebben we 1.600 mensen getraind, 4 miljoen mensen bereikt en 80.000 liter verf gebruikt.’

     

     

    SOS Kinderdorpen biedt toegang tot de doelgroep, schaalgrootte en daardoor snelheid

     

    YouthCan!

    Met SOS Kinderdorpen kan dat meer en sneller. Menko: ‘SOS Kinderdorpen biedt toegang tot de doelgroep, schaalgrootte en daardoor snelheid.’ De ambities zijn er dan ook naar: dit jaar draait het samenwerkingsverband pilots in vier landen (Brazilië, Indonesië, Zuid-Afrika en Nigeria), in 2018 volgt uitbreiding naar tien landen en het jaar erop naar twintig. Menko: ‘De uitrol van tien naar twintig landen gaat in goed onderling overleg, op basis van lokale aanwezigheid van beide partners, noodzaak en haalbaarheid. Daar moeten we een beetje met elkaar samen uitkomen.’ Zou moeten lukken, aldus ook Ende-van den Broek: ‘AkzoNobel en SOS Kinderdorpen werken allebei volgens het idee think global act local. We werken wereldwijd, zitten in veel dezelfde landen.’ En de structuur ligt er. De samenwerking tussen AkzoNobel en SOS Kinderdorpen haakt aan bij het SOS-programma YouthCan! – een beweging die bedrijven samenbrengt met maatschappelijke organisaties op het gebied kinderontwikkeling. Ende-van den Broek: ‘YouthCan! is opgezet als een internationaal platform en dat is een slimme beslissing geweest. In de landen waar zowel YouthCan! van SOS als AkzoNobel zit, is de samenwerking makkelijker efficiënt te regelen.’

     

    Schaal en lokaal

    Menko: ‘Het doorvoeren en opschalen zou nu relatief makkelijk moeten zijn. Maar, dat gezegd hebbende: het gaat om de balans tussen schaal en lokaal, tussen snelheid en geduld. Er kan nog zoveel energie en passie op mondiaal niveau zijn, maar lokaal moet het waargemaakt worden. Dus we moeten land voor land denken, het besluit om mee te doen aan het lokale management laten. De lokale vestigingen moeten skin in the game hebben, anders is er altijd het risico dat ze ja zeggen maar nee doen.’ Dat geldt ook voor de financiële kant van het verhaal. Menko: ‘We hebben vastgelegd dat er vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam een bepaald bedrag wordt geïnvesteerd in SOS Kinderdorpen, aangevuld met investeringen van lokale vestigingen van AkzoNobel in de landen waar de samenwerking loopt.’

     

    Maar het is zeker niet allemaal commercieel doorrekenen, opschalen en uitbetalen wat de klok slaat. Menko: ‘Ik heb zelf het geluk gehad om aanwezig te zijn bij een community event bij een van de SOS kinderdorpen, met een grote groep collega’s. Nou, ik heb nog nooit zoveel volwassen kerels en vrouwen zien huilen.’ Ende-van den Broek grinnikt: ‘Nou klinkt het weer zo cheesy. Maar inderdaad, dat is wel wat er gebeurt.’

     

     

    Onze samenwerking zal vast niet altijd overal even gladjes verlopen

     

    Relevantie verschilt per fase

    Ende-van den Broek: ‘Onze samenwerking zal vast niet altijd overal even gladjes verlopen. In Nederland is samenwerken met bedrijven inmiddels heel normaal, maar dat geldt niet voor alle landen. In een land als Tsjaad ligt dat bijvoorbeeld heel anders. Het heeft ook te maken met de fase waarin een programma van SOS Kinderdorpen zit. Is een SOS kinderdorp net begonnen, dan zitten er veel jongeren onder de 12 jaar en is het tegengaan van jongerenwerkloosheid nog geen prioriteit. Als in een bepaald land veel SOS kinderdorpen toe zijn aan renovatie, en er dus behoefte is aan zowel schilders als verf – dan is de samenwerking met AkzoNobel weer wel heel relevant. Juist de combinatie van globaal en lokaal maakt het sterk: lokale inrichting van het programma, zoals het in die context het beste past, maar binnen het wereldwijd vastgestelde raamwerk. De meeste impact wordt gegenereerd als mensen er lokaal warm voor lopen.’

     

    Tennisveldjes en hardloopbanen

    Menko vertelt over een van de Let’s Colour projecten in Brazilië: Unexpected Courts. Medewerkers van AkzoNobel verfden unieke sportvelden op asfalt, transformeerden stoepen in de favelas met een likje verf tot hardloopbanen, schilderden mini- tennisbanen op straat. Doel: door middel van verf en kleur kinderen en hun hele gemeenschappen op een positieve manier met elkaar in contact brengen. Ende-van den Broek: ‘Wat leuk! Een supermooie manier om de energie op gang te brengen in een nieuw land. Daar kunnen we vast ook iets mee in onze samenwerking. Dat is het hè. Als de basis er is, als je elkaar eenmaal gevonden hebt, kun je van alles bedenken. We gaan veel mooie dingen doen samen. Hoe dat er precies uitziet, dat is nog niet uitgetekend. Maar dat we het gaan doen en dat we impact gaan hebben, dat is voor alle partijen duidelijk. We willen uiteindelijk hetzelfde, dus het komt wel goed.’

     

     

    Een bedrijf is geen goed doel

    Samenwerking tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties is geen hogere wiskunde. Wel stuiten mensen in de praktijk op steeds dezelfde dilemma’s en valkuilen. Wilma Roozenboom schreef een boek over dergelijke samenwerkingsverbanden. ‘Een bedrijf is geen goed doel’ verscheen begin 2016 bij Koninklijke Van Gorcum. Een aantal van de interviews in het boek is gepubliceerd op TGTHR.

     

    Lees de andere interviews in de serie ‘Partnerschappen’

    Lees meer over het boek ‘Een bedrijf is geen goed doel’

    Lees het TGTHR Magazine-artikel ‘Een bedrijf is geen goed doel’

    Lees meer over het Let’s Colour Project

    Lees meer over het Human Cities Initiative

    Lees meer over YouthCan!

    Lees meer over Unexpected Courts

    Over Drs. Wilma Roozenboom

    Wilma Roozenboom begeleidt samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ze is een strategisch en praktisch oliemannetje met oog voor uiteenlopende deelbelangen maar een focus op het gemeenschappelijke doel. Begin 2016 verscheen bij uitgeverij Koninklijke Van Gorcum haar boek 'Een bedrijf is geen goed doel' over samenwerking tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties.

    Reacties

    We hopen dat de discussies die plaatsvinden op TGTHR energiek en constructief zijn en aanzetten tot nadenken! Om een reactie te kunnen plaatsen moet je je inloggen of gratis registreren. Je eerste reactie moet door de redactie worden goedgekeurd. De hieropvolgende reacties worden automatisch geplaatst. De redactie houdt zich het recht voor te lange reacties in te korten. Reacties die overdreven commercieel, kleingeestig, beledigend of off-topic zijn, kunnen door de redactie worden verwijderd. Alle berichten worden eigendom van TGTHR.

    Magazine TGTHR

    Wil jij de nieuwsbrief ontvangen?

    Met onze nieuwsbrief ben je altijd op de hoogte van de laatste duurzame artikelen,
    whitepapers, events en interessante blogs! Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

    Klik hier om je aan te melden
  • We willen allemaal duurzaam bezig zijn, maar óók blijven ondernemen. Daarom informeren wij je met zorgvuldig geselecteerde artikelen over duurzaam ondernemen. Hiermee willen wij je verbinden met ons netwerk én handvatten geven om een succes te maken van duurzaamheid binnen jouw organisatie.

  • Copyright 2018 | TGTHR, samen duurzaam ondernemen