• Home > Artikelen > Hoe botsende ­wereldbeelden dwingen tot kleur bekennen
    Het belang van moreel en ethisch leiderschap Hoe botsende ­wereldbeelden dwingen tot kleur bekennen
    Magazine

    Het belang van moreel en ethisch leiderschap

    Hoe botsende ­wereldbeelden dwingen tot kleur bekennen

    Door | 27 september 2017

    ‘Ethiek is terug’, schrijft MVO Nederland in het MVO Trendrapport 2017. Uit het rapport: ‘Alleen financiële (we verdienen er lekker aan) of technische (omdat het kan) argumenten om discutabele bedrijfsactiviteiten te verdedigen, werken niet meer. In het verleden konden bedrijven nog wel eens wegkomen met “duurzaamheid is te duur”, of “in China/India/Brazilië zijn de regels ook soepel en daarom kunnen we niet aan de hoogste MVO-normen voldoen”.’ Maar dat is verleden tijd.

     

    Door Jos Reinhoudt

     

    Van bedrijven wordt een hoge morele standaard verwacht. Waar sommige politici wegkomen met fact free politics, wordt van bedrijven verwacht dat ze transparant zijn, geen cijfers verdraaien en zich houden aan de ongeschreven regels. De comeback van ethiek in de boardroom is het duidelijkst zichtbaar op de momenten dat wereldbeelden botsen.

     

    Dieselgate

    Het dieselschandaal met Volkswagen is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van. De ingenieurs van het Duitse automerk stelden de software van de auto’s zo af dat ze bij tests uitstekende milieuprestaties lieten zien, maar eenmaal op de openbare weg bleef weinig van die mooie uitstootwaarden over. Sommige Volkswagens stoten twintig keer zoveel vervuiling uit als volgens de officiële metingen in het laboratorium het geval was. Hoe kon dit gebeuren? Volkswagen dacht waarschijnlijk ‘er wel mee weg te komen’. Ongetwijfeld is in Wolfsburg iets gezegd als: ‘Ja, maar iedereen doet het’, ‘Het gaat miljarden kosten om onze auto’s écht zo schoon te krijgen’ of ‘We houden ons precies aan de ­regels, dus we doen naar de letter van de wet niets illegaals’.

     

    In de discussie, die volgde op Dieselgate, werden allerlei culturele en ethische argumenten gebruikt. Volkswagen werd altijd beschouwd als een van de meest prestigieuze Duitse bedrijven, met een geweldige reputatie op het gebied van automobieltechniek. De ontdekking van de sjoemelsoftware deed daarom veel pijn, ook buiten de Volkswagenfabriek. De complete nationale trots van Duitsland op de eigen hoogwaardige industrie was te grabbel gegooid.

    Hier botste het wereldbeeld van Volkswagentechneuten met een samenleving die niet bedonderd wil worden. De legalistische, technische en financiële argumenten van de autobouwer legden het af tegen het sentiment dat je ‘zo geen zaken hoort te doen’.

     

     

    Ongetwijfeld is in Wolfsburg iets gezegd als: ‘Ja, maar iedereen doet het’

     

    De consequenties waren groot. In de VS kreeg Volkswagen een schadeclaim van 17 miljard euro aan zijn broek. De beurskoers stortte in. De Duitse justitie stelde een onderzoek in naar de rol van de raad van bestuur. En het is nog steeds niet achter de rug: in juni droeg de Duitse regering fabrikanten op om 12 ­miljoen diesel­auto’s terug te roepen om ze een software-update te ­geven. Dat kost nog eens 1,5 tot 2,5 miljard euro.

     

    Rijnlands model

    Iets recenter is de overnamestrijd van AkzoNobel met zijn Amerikaanse branchegenoot PPG. AkzoNobel wilde niet overgenomen worden. Maar waarom eigenlijk niet? Hoewel financiële argumenten het vaak prima doen bij beursgenoteerde ondernemingen, sputterde het Nederlandse bedrijf toch heftig tegen. De Amerikanen hadden weliswaar geld zat, maar zouden onvoldoende begrip hebben voor de Nederlandse visie op samenwerken. De duurzaamheidsambities waren te laag, de focus op aandeelhouderswaarde was te scherp, de aandacht voor andere stakeholders te klein.

     

    Bij Unilever speelde een vergelijkbare strijd. Begin dit jaar bood Heinz Kraft 130 miljard voor het levensmiddelenbedrijf, maar Unilever bleef liever zelfstandig. Eerder wilden opkopers DSM al overnemen en in stukken doorverkopen, en nu ligt ook Philips onder vuur.

     

    Voor veel Nederlanders voelt dat ongemakkelijk: deze bedrijven zijn zo Nederlands, ze vormen een deel van de vaderlandse geschiedenis, van de nationale trots. Philips won dit jaar de AD Kaascup, een prijs die de krant uitreikt aan ‘de multinational die we het meest moeten koesteren’. Dat zal investeringsclub Third Point, die Philips wil overnemen, niet gauw lukken.

     

    Kortom: de harde, Angelsaksische manier van zakendoen van activistische opkoopfondsen past gewoon niet goed bij de polderende, Rijnlandse aanpak waar Unilever, AkzoNobel, DSM en Philips groot mee geworden zijn. Botsende werelden.

     

     

    Daarmee wordt ook duidelijk dat het innemen van een standpunt over maatschappelijke kwesties niet ongevaarlijk is

     

    Trump en Brexit

    Dat bedrijven uiteenlopende visies op de wereld hebben is uiteraard niet nieuw. De discussie over de Rijnlandse versus de Angelsaksische manier van zakendoen is al oud. Waarom laait het debat dan nu opnieuw zo op?

     

    In ieder geval lijkt er een samenhang met het algemene gevoel van onbehagen dat de laatste jaren de kop opsteekt in Europa en de VS. Populistische politieke partijen komen met een visie op nationale identiteit waarin geen plaats is voor vluchtelingen, de euro of een sterke Europese samenwerking. Ze tappen in op een vaag gevoel van heimwee naar een gezellige tijd waarin de wereld nog overzichtelijk was en fatsoenlijke buren nog op elkaar letten.

     

    Het presidentschap van Donald Trump en de Brexit zijn daar ook uitingen van. ‘Onze manier van leven’ is…

    Alle artikelen op TGTHR lezen?

    Word dan ook (helemaal gratis) lid van TGTHR! Je kunt dan alle artikelen op de website lezen.
    Ben je al lid? Dan kun je hieronder inloggen.

    Magazine TGTHR

    Wil je óók TGTHR magazine ontvangen?

    Neem een abonnement en krijg voor
    slechts € 39,- het 84 pagina's tellende magazine
    vier keer per jaar toegestuurd!

    Klik hier om een abonnement te nemen