Column Lars Moratis - Duurzaamheidsintelligentie
Column

Column hoofdredacteur

Nieuwe verhalen

Door | 13 maart 2017

De landelijke verkiezingen staan binnenkort weer voor de deur. In tijden dat populisme hoogtij viert en polarisatie the name of the game lijkt, moet je je afvragen wat dat betekent voor duurzaamheid. Sla de verkiezingsprogramma’s er op na en de conclusie lijkt gerechtvaardigd dat duurzaamheid momenteel eerder een ideologische splijtzwam lijkt dan dat het een verbindend thema is. En dat moet te denken geven.

 

Willen we duurzaamheid een kans geven, dan moeten we met elkaar op zoek naar nieuwe verhalen. Te vaak staat het verhaal over duurzaamheid in het teken van uitersten: denk aan de doemscenario’s die zich zullen voltrekken als resultaat van onduurzaamheid en de hoerastemming waar duurzaamheid als het panaceum voor al onze problemen wordt gebracht. Denk aan het ijkpunt dat duurzaamheid voor het Groen Links-­verkiezingsprogramma is tot het duurzaamheidsgedram dat de PVV in de nationale Energie-agenda ziet.
En of ze nu waar zijn of niet, het zijn allemaal onvolledige, gemankeerde verhalen.

 

Zo roepen doembeelden onzekerheid op en leiden ze tot angstgevoelens. En hoewel dat voor sommigen reden is om – diep doordrongen van de urgentie – over te gaan tot actie en dit tot in lengte van dagen vol te houden, zijn het niet bepaald ingrediënten die een breder publiek aanspreken. Het tegenovergestelde is zelfs waar: angst en onheil hebben een verlammende werking op mensen en voorkomen dat ze in de actiestand komen.

 
Hoera-verhalen hebben dat manco niet, maar lijden dan vaak weer aan een overmaat aan beloftes over de kortetermijnvoordelen en creëren te hooggespannen verwachtingen. Ze gaan te makkelijk voorbij aan de weerbarstigheid die verbonden is aan het in de praktijk brengen van duurzaamheid en schetsen te vaak een aangenaam toekomstbeeld. Dat dat als vanzelf tot scepsis leidt, mag eigenlijk niemand verbazen.

 

Wil duurzaamheid kans op succes hebben, dan is een nieuw verhaal nodig. Een ‘middenverhaal’, zou je kunnen zeggen. Het gaat dan niet om een slap compromis dat het midden houdt tussen doem en hoera, maar een nieuw soort verhaal waarin realisme centraal staat.

 

In dat verbindende realistische verhaal moeten we duurzaamheid dichtbij houden. We moeten duurzaamheid zien te verbinden met de thema’s die er in het politieke debat momenteel meer toe doen – zoals zorg, werkgelegenheid en gezondheid. Stijgende zorgkosten financieren door te besparen met zonne- en windenergie, bijvoorbeeld.

 

Ook betekent het in dit verband dat we de waarde van fossiel erkennen om verder te kunnen: ­‘Bedankt, ­fossiele energiebronnen, voor de voorspoed die je ons hebt gebracht, maar het wordt de hoogste tijd dat we minder afhankelijk van het buitenland worden.’ Duurzaamheid is zonder meer te verbinden met vraagstukken van veiligheid en werkgelegenheid.

 

En we moeten de pijn die een transitie richting duurzaamheid met zich meebrengt in de ogen kijken. Daarvan wegkijken helpt niet. Onze infrastructuur en de manier waarop we organiseren zijn goeddeels gebaseerd op ideeën uit de oude economie. De weg vooruit vraagt ook om zowel opbouw als afbraak. Het is nu tijd om andere keuzes te maken – en het is nog nooit zo goedkoop geweest om die keuzes te financieren.

 

Duurzaamheid is te veel van de elite gebleven. Misschien is er wel te veel gedramd. Een realistisch verhaal over duurzaamheid zal voor meer herkenning en waardering zorgen, juist bij mensen die zich vooral over ­andere thema’s druk maken. En in die verbinding schuilt de echte waarde van duurzaamheid. Laten we er voor open staan om te leren van iedereen – ook van populistische politici – hoe we dat de kern van het ­verhaal van duurzaamheid kunnen maken.