Hoe TUI en Plan Nederland samen werken tegen kinderprostitutie
    Interview

    Serie 'Partnerschappen' deel IV

    Hoe TUI en Plan Nederland samen werken tegen kinderprostitutie

    Door | 24 augustus 2016

    Steeds meer bedrijven werken aan de oplossing van sociale vraagstukken. Soms alleen, maar steeds vaker in samenwerking met maatschappelijke organisaties. Dat gaat de ene keer beter dan de andere keer. De uitdaging voor beide partijen is het maximale uit de samenwerking te halen.

     

    Samenwerking tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties is geen hogere wiskunde. Wel stuiten mensen in de praktijk op steeds dezelfde dilemma’s en valkuilen. Wilma Roozenboom schreef een boek over dergelijke samenwerkingsverbanden. ‘Een bedrijf is geen goed doel’ verscheen begin 2016 bij Koninklijke Van Gorcum. Onderstaand interview staat erin, net als deze interviews die we eerder publiceerden. De komende maanden verschijnen op deze plek meer van dergelijke interviews.

     

    Het project: Het uitbannen van kinderprostitutie in noordoost Brazilië

    Plan Nederland, TUI Nederland en ECPAT werken samen in het project ‘A collective ‘No’ to child sex tourism in North East Brazil’. Doel is het voorkomen van seksuele uitbuiting van jongeren. Formeel loopt de samenwerking sinds 2010, maar het allereerste begin ligt al in 2008. In dat jaar besluit Elise Allart, manager duurzaam toerisme van TUI Nederland, dat het tijd is voor een project tegen kinderprostitutie. Allart: ‘TUI ondertekende al in 2002 de Code of Conduct for the Protection of Children from Sexual Exploitation in Travel and Tourism. Maar ik wilde meer doen. Niet enkel een gedragscode ondertekenen of een folder uitdelen. Ik wilde echt verschil maken in iemands leven. Ik heb alle kindgerichte organisaties aangeschreven met de vraag: ik wil vanuit TUI aan de slag met het uitbannen van kinderprostitutie in de toerismesector het noordoosten van Brazilië, wie wil meedoen? Daar kwam welgeteld 1 positieve reactie op. En die was van Plan Nederland.’

     

    Na twee jaar aanloopperiode en vijf jaar samenwerking zijn de resultaten aanzienlijk. Meer dan 11.000 jongeren zijn bereikt met voorlichting over bestrijding van seksuele uitbuiting, 350 jongeren hebben een beroepstraining gehad. Het idee is dat jongeren met een baan een kleinere kans hebben ten prooi te vallen aan kindertoerisme. Daarnaast hebben 350 Braziliaanse bedrijven in de toerismebranche de gedragscode tegen seksuele uitbuiting van kinderen in de toerisme industrie ondertekend. In 2013 won TUI namens de drie samenwerkende organisaties de World Responsible Tourism Award in de categorie ‘Child Protection’ en de overall award. In 2014 en 2015 sprak TUI op toerismebeurzen en andere bijeenkomsten wereldwijd over de aanpak van kindersekstoerisme. Andere partijen zijn aangehaakt en nieuwe campagnes zijn op touw gezet: de publiekscampagne ‘Don’t Look Away’ rondom seksuele uitbuiting bij het WK Voetbal in Brazilië werd uitgevoerd samen met ECPAT, Terre des Hommes, Free a Girl, de ANVR en het ministerie van Veiligheid en Justitie. In 2016 en 2017 zal het Ministerie van Veiligheid en Justitie de campagne uitvoeren namens het Nederlandse consortium.

     

     

    Wat ging goed?

    Er zijn gedeelde waarden en ambities. Allart: ‘Er is geen kinderprostitutie in onze hotels. Maar mensen die met TUI reizen, blijven natuurlijk niet in het hotel. Als ze naar buiten lopen, worden ze met allerlei dingen geconfronteerd. Wij wilden verder gaan dan de hotelmuren.’ Barbara Feres, manager Institutional & Corporate Partnerships bij Plan Nederland: ‘De vraag bij toerisme is altijd waar de verantwoordelijkheid van de toerisme-industrie eindigt: bij het hotel of bij de gemeenschap. Wij vonden – met TUI – dat het moet gaan om de gemeenschap.’ Allart: ‘Het is een realistisch project. Het project heeft niet als doel om jongeren die al in de prostitutie werken te overtuigen om een opleiding te volgen en aan de slag te gaan in housekeeping. Dat gaat niet werken. We willen juist kansarme jongeren een kans geven om een beroepsopleiding te volgen, zodat zij niet afglijden naar de informele sector.’

     

    De interesse en de wil tot samenwerken was er vanaf het begin. Allart en Feres gingen samen naar Brazilië. De eerste week dook Feres met Allart onder in haar wereld: de wereld van hoteliers en reisagenten. De tweede week dook Allart met Feres onder in haar wereld: de wereld van lokale partnerorganisaties en doorgangshuizen voor jonge straatprostituees. Feres en Allart zagen al snel dat ze samen ‘iets innovatiefs’ konden gaan doen. Dus werden TUI en Plan Nederland partners. Feres: ‘We wisten dat we wilden samenwerken, dat we elkaar veel te bieden hadden. Maar we hadden eigenlijk nog geen idee wat dan precies.’

     

    Er is een heldere taakverdeling. Allart: ‘TUI wil geen ontwikkelingsorganisatie worden. Die expertise heeft TUI niet en dan zou TUI het lokale netwerk van partners moeten gaan opbouwen wat Plan juist al jaren heeft gedaan.’ Feres: ‘Ook als je de lokale context kent, kies je soms nog de verkeerde partners of maak je andere fouten. Laat staan als je er compleet opnieuw moet beginnen.’ Allart: ‘Wij weten alles van toerisme, Plan weet de rest.’

     

    Er is mandaat van de hoogste bazen. Allart: ‘Ik had de volledige steun van de CEO. Hij zei, ik weet niet precies waar het toe gaat leiden, wat het gaat worden, maar je moet het gewoon gaan doen.’ Niet iedereen was even enthousiast. Allart: ‘Veel andere collega’s zagen het niet zitten. Zij hadden hun twijfels. Zij waren bang dat het project schade zou toebrengen aan Brazilië als reisbestemming. In tegenstelling tot Thailand en de Filipijnen staat Brazilië niet direct bekend als risicobestemming voor kinderprostitutie. Ook na vele jaren zijn we voorzichtig in de communicatie rondom onze activiteiten. Dus in de communicatie voor de zakelijke partners hebben we het over kinderprostitutie en benoemen we het als zodanig. Maar in de consumentenmarkt leggen we de nadruk op de beroepsopleidingen.’ Ook Feres moest intern wel wat leuren. Feres: ‘Hoe verantwoord je al die tijd en energie die je in een groot project stopt, waar je niet meteen de financiële voordelen van ziet? Dat was intern wel een obstakel. Maar enthousiasme aan de top helpt. Feres: ‘Wij hadden echt een enthousiaste directeur – Tjipke Bergsma – die zei: we gaan dit doen, dit heeft echt potentie. Hij gaf volledig de ruimte om te ontdekken hoe dit zou gaan werken.’

     

    Er zitten de goede mensen op. Allart: ‘Ik moest laatst ergens presenteren en uitleggen waarom dit project zo’n succesverhaal is geworden. Ik kwam er uiteindelijk op uit dat het een netwerk is van een aantal hele sterke vrouwen die er al jaren zitten. Als Barbara vertrokken zou zijn, zou dat wel een enorme deuk voor het partnerschap en voor het project hebben betekend. Er zitten toppers op de goede plekken, die er helemaal voor gaan en een heel groot vertrouwen hebben in elkaar.’

     

     

    Ik weet niet precies waar het toe gaat leiden, wat het gaat worden, maar je moet het gewoon gaan doen

     

    En wat kon beter?

    Soms werd het werd  complex. Feres: ‘We hebben een zevenkoppig monster gecreëerd. We zijn op alle vlakken aan de gang gegaan. We hebben eigenlijk een soort matrixorganisatie opgezet, met activiteiten in de hele toerisme keten. Daarnaast werd het project heel aantrekkelijk voor allerlei partijen. De gemeente kwam erbij in Brazilië, in Nederland het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de marechaussee. En wij heetten iedereen welkom: “Kom er maar bij!” Daardoor werd het een enorme kluif.’ Allart: ‘Het werd zo enorm groot dat ik de controle kwijt raakte. Op een gegeven moment dacht ik: huh, hebben wij dat gedaan? Duizenden kinderen in een protestmars tegen kindersekstoerisme… dat was volledig aan mij voorbij gegaan.’ Feres: ‘Het waren bijna parallelle projecten geworden binnen een groot programma. We hebben ons eigenlijk een beetje teveel laten meeslepen. Nu willen we hetzelfde, maar dan een maatje kleiner.’

    Communicatie is een ding. Feres: ‘Als je in twee landen tegelijk werkt, moet je elkaar permanent heel goed op de hoogte houden en echt goed communiceren. Dat vonden wij heel vanzelfsprekend, maar daarbij waren we even vergeten dat de gemiddelde Braziliaan geen Engels spreekt. In het begin zei ik dan dat ik wel af en toe een tekstje kon vertalen, maar dat werkt natuurlijk niet. Inmiddels gaat alles steeds in drie talen.’

     

    Impactmeting kan nog sterker. Allart: ‘De resultaten die we in 2008 hebben opgeschreven zijn heel anders dan die er nu uit zijn gekomen. We zijn er rijker uit gekomen dan verwacht.’ Feres: ‘We meten de impact volgens reguliere monitoring en evaluatiemethodieken. Dus ook op de resultaten van ons gezamenlijke project. Maar het partnerschap zelf, dus de manier van samenwerken en de onderlinge meerwaarde… dat is een goede. Er valt kwalitatief heel veel over te zeggen, er zijn ongelooflijk veel onvoorziene positieve spin-offs, maar keiharde data? Ik zou ook niet weten hoe we dat zouden moeten doen.’

    Mensen vertrekken. Allart: ‘De laatste jaren zijn er grote wijzigingen in het TUI topmanagement geweest, waardoor ik opnieuw erg mijn best moet doen voor draagvlak op het hoogste niveau.’

     

     

    Op een gegeven moment dacht ik: huh, hebben wij dat gedaan?

     

    Wat nu?

    De samenwerking wordt voortgezet, nu in de Dominicaanse Republiek. Allart: ‘In de Dominicaanse Republiek willen we hetzelfde doen, maar dan kleiner. Meer gericht op beroepsopleidingen. Daarbij hebben we het idee een TUI academy te introduceren in het project. Dat is een lesprogramma dat we koppelen aan bestaande beroepsopleidingen. De academie is een instrument om talent te scouten: de beste jongeren rollen door naar een baan bij één van de organisaties van TUI of elders in de Dominicaanse Republiek. Dus er zit voor TUI een businesscase achter en past daardoor beter bij TUI. En ik wil het project breder trekken binnen de internationale TUI Group. Niet meer alleen TUI Nederland, maar ook TUI Benelux, UK, Duitsland en Nordic.’

    Feres: ‘We gingen het destijds maar gewoon proberen. Als we een blauwdruk zouden kunnen ontwikkelen voor andere landen, voor sociale verduurzaming in de toerisme sector, dan zou dat geweldig zijn. Dat werd uiteindelijk dus een vrij lang verhaal en het kostte veel energie, maar die blauwdruk, die ligt er en daarmee gaan we nu aan de slag in de Dominicaanse Republiek.’

     

    Lees meer over het boek ‘Een bedrijf is geen goed doel’

    Lees de andere interviews in deze reeks

    Over Drs. Wilma Roozenboom

    Wilma Roozenboom begeleidt samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ze is een strategisch en praktisch oliemannetje met oog voor uiteenlopende deelbelangen maar een focus op het gemeenschappelijke doel. Begin 2016 verscheen bij uitgeverij Koninklijke Van Gorcum haar boek 'Een bedrijf is geen goed doel' over samenwerking tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties.

    Reacties

    We hopen dat de discussies die plaatsvinden op TGTHR energiek en constructief zijn en aanzetten tot nadenken! Om een reactie te kunnen plaatsen moet je je inloggen of gratis registreren. Je eerste reactie moet door de redactie worden goedgekeurd. De hieropvolgende reacties worden automatisch geplaatst. De redactie houdt zich het recht voor te lange reacties in te korten. Reacties die overdreven commercieel, kleingeestig, beledigend of off-topic zijn, kunnen door de redactie worden verwijderd. Alle berichten worden eigendom van TGTHR.

    Magazine TGTHR

    Wil jij de nieuwsbrief ontvangen?

    Met onze nieuwsbrief ben je altijd op de hoogte van de laatste duurzame artikelen,
    whitepapers, events en interessante blogs! Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

    Klik hier om je aan te melden
  • We willen allemaal duurzaam bezig zijn, maar óók blijven ondernemen. Daarom informeren wij je met zorgvuldig geselecteerde artikelen over duurzaam ondernemen. Hiermee willen wij je verbinden met ons netwerk én handvatten geven om een succes te maken van duurzaamheid binnen jouw organisatie.

  • Copyright 2018 | TGTHR, samen duurzaam ondernemen